© 2016 J K Brouwerij d'Oude Caert

Toen in de eerste dagen van september 1944 de geruchten binnen sijpelden dat de geallieerden oprukten naar Antwerpen, begon men zich in Brasschaat ook te verheugen.

In het straatbeeld zag men de Duitsers massaal terugtrekken richting Breda. Hierbij lieten ze het niet na allerhande auto’s, paarden, karren en fietsen op te eisen.

Zij die hadden gecollaboreerd trachten de geallieerden ook te vlug af te zijn en vluchten met de Duitsers mee.

Op drie september wordt Brussel bevrijdt en vier september rijden de geallieerde tanks Antwerpen binnen.

Duitsers op de vlucht met een geconfisqueerd paard en kar. 

In Brasschaat is de spanning te snijden en wacht men hoopvol op de eerste troepen, burgemeester Paelinckx houdt een laatste vergadering. Hij geeft het bestuur over aan secretaris Louis De Winter en vertrekt.

Duitsers trekken zich terug richting Breda.

Duitsers op de vlucht te voet.

Op vijf september liggen de Britse en Amerikaanse vlaggen klaar…maar de komst van de geallieerden blijft uit. Desondanks zijn leden van de Witte Brigade op straat gekomen. Al snel worden er twee jongens en een omstaander neergeschoten door Duitse soldaten. Duitse soldaten die hun tocht richting Nederland hebben gestaakt en rondrijden en patrouilleren als bezetenen. Iedereen vlucht naar binnen.

Weerstandsgroep G van Brasschaat.

De daaropvolgende dagen, zijn dagen van angst en terreur. Het voedsel wordt steeds schaarser, ook de elektriciteit is uitgevallen. Hierdoor komt de watervoorziening ook in de problemen. Alles wordt gerantsoeneerd.

Regelmatig laaien beschietingen met zwaar geschut op…waarna ze weer verstommen.

Heel de Bredabaan ligt vol met spijkers en krammen, dit om de banden van de Duitsers te saboteren. De Duitsers bevelen dat iedereen moet komen keren, honderden mensen beginnen de baan proper te vegen.

Intussen wordt de voedselproblematiek enkel maar groter, op de koop toe stromen er via de Donksesteenweg plots een hoop vluchtelingen binnen, Merksem wordt ontruimd en in allerijl wordt er opvang geregeld in de Vagevuurhoeve (was gelegen waar momenteel het Gemeentelijk Instituut Brasschaat is, kruispunt Miksebaan – Door Verstraetenlei.)

Vanuit het Noorden komen steeds meer en meer Duitse troepen aan, ze richten verschillende versperringen op ter hoogte van Kleine Bareel, maar ook in het Polygoon. Ook worden er kanonnen opgesteld.

Plan van het centrum van Brasschaat, hierop staat de Vagevuer Hoef nog aangeduid.

Gemiste kans.

Er blijven vluchtelingen toestromen uit Merksem, ze hebben afschuwelijke verhalen van vele doden en gekwetsten. Merksem ligt half in puin en de verschillende bruggen zijn intussen toch gesprongen. Een gemiste kans voor de geallieerden die een paar dagen eerder zonder slag of stoot hadden kunnen vorderen tot voorbij Brasschaat.

De brug aan de Ijzerlaan vernield door de Duitsers.

Men voelt dat de Duitsers weerstand gaan bieden, ze zijn met steeds meer en nemen zonder bonnen of tussenkomst van de gemeente hooi, haver en vee in beslag.

Acht september zijn er twee SS-bataljons aangekomen op de Kaart. Ze kwartieren in op het domein Oud-Eikelenberg en ergens aan de Hoogboomsteenweg. Ook zijn gaan over tot het plunderen en in beslag nemen van alles dat hun pas kruist. De voedselschaarste blijft een groot probleem. In Mariaburg worden een aantal varkens geslacht en terug naar het centrum gebracht om te verdelen. Het tekort aan melk wordt ook alsmaar groter, enkel kinderen tot 6 jaar of kinderen met tuberculose hebben recht op melk.

Af en toe valt er een schot, maar voor de rest is het front gestagneerd. De bevolking wordt onrustig.

Tien september is een rustige dag, maar schijn bedriegt…Vriesdonk heeft reeds duchtig geleden onder artilleriebeschietingen  van de geallieerden. Verschillende doden en gekwetsten zijn het gevolg. Doordat er geen elektriciteit is Brasschaat van de buitenwereld afgesloten, door middel van verstoken ontvangstposten op batterijen poogt men toch Engelse of Belgische uitzendingen op te vangen. Indien berichten worden verkregen, worden ze vlug uitgetypt en rondgedeeld.

De SS-mannen weten van geen ophouden, zij roven en plunderen…uit vrees voor represailles kan iedereen slechts lijdzaam toekijken en ondergaan.

Intussen worden er kanonnen geplaatst in het verlengde van de Leeuwenstraat.

De SS’ers van Oud-Eikelenberg zijn verhuisd naar de Donk met als gevolg dat de inwoners daar het een plunderingsplaag over zich heen krijgen.

Tijdens een beschieting wordt een kapitein van de SS dodelijk getroffen door een inslag, hij wordt in het eigendom Ivens aan de Voshollei begraven.

Op twaalf september wordt het gerucht verspreid dat er vrede is, sommige Duitsers lopen lachend in de straten, de versperringen op de Bredabaan worden verwijderd…Snel komt de echte reden van het goede humeur van de Duitsers aan het licht, een hele colonne motoren rijdt met nieuwe Duitsers Brasschaat binnen. Ondertussen wordt de voedselvoorraad steeds precairder.

Voor de vluchtelingen die worden opgevangen in de Vagevuurhoeve wordt het ook niet beter. Dagelijks krijgen zij soep, maar groenten zijn schaars. In het domein de Oude Gracht staan nog tienduizenden kolen en tomaten, scouts en kajotters bieden zich aan om deze te gaan halen, maar overal staan Duitse wachten, gemakkelijk zal het niet worden. De Duitsers plaatsen meer kanonnen in Brasschaat en nieuwe troepen begeven zich richting Merksem.

De aanslepende onzekerheid is niet goed voor de mentale weerbaarheid van de bevolking, tien dagen na de bevrijding van Antwerpen, wacht men nog steeds. Het is niet gemakkelijk besturen in de gemeente, de communicatiekanalen ontbreken, er is geen vrije doorgang enz. De poging om in de Oude Gracht groenten te gaan halen mislukt. De Duitsers laten niemand toe. Ekeren is intussen ook geëvacueerd en een groot deel is naar Brasschaat getrokken.

Ondertussen is het al vijftien september en zoekt men naarstig naar oplossingen om de voedselschaarste het hoofd te bieden. Hoewel het ieder voor zich is, worden er een aantal partnerschappen aangegaan met andere gemeenten, Ekeren, Kapellen, Stabroek en Brecht.

Door de grote bedrijvigheid van geallieerde vliegtuigen zijn de Duitse patrouilles eerder beperkt.

In Merksem loopt de evacuatie verder, alle inwoners van de wijk Dokken moeten tegen morgen weg zijn. De wijk ligt uitgebreid en regelmatig onder vuur omwille van de Duitse stellingen.

Op zeventien september wordt nog meer geschut geplaatst in Brasschaat. De kanonnen nemen Antwerpen onder vuur en de vrees groeit dat de geallieerden dit gaan beantwoorden. Overal liggen draden over de weg, dit zijn de communicatiekanalen van de Duitsers. Dit wordt met lede ogen aanschouwd uit vrees voor sabotage en mogelijke represailles van de Duitsers. De gemeente en zijn inwoners zitten tussen hamer en aanbeeld.

Ondanks alles, versperringen, gebrek aan transportmiddelen en de Duitsers slagen enkele moedige mannen om verschillende noodzakelijke levensmiddelen bij de buurgemeente te gaan recupereren.

Jonge mannen zijn met een wagon rogge gaan halen in Wuustwezel.

Ook de SS’-ers zijn vertrokken en vervangen door iets schappelijkere reguliere troepen. Het plunderen is gestopt. De nieuwe betaalmeester bespreekt met secretaris De Winter de verdere bevoorrading. Er worden de nodig schikkingen getroffen om de voedselvoorziening een paar dagen op peil te houden.

Rond het gemeentehuis, aan de Leeuwenzuil, aan het Voshol en op de Donksesteenweg dient er geëvacueerd te worden, de Duitsers gaan stellingen opbouwen.

Een rode draad tijdens deze bange dagen blijft het probleem van de voedselbevoorrading, waar mogelijk werken ze zo goed en kwaad als mogelijk om graan, aardappelen, wortelen, prei en meer te verzamelen.

Intussen eist de Feldpolizei op 20 september 150 mannen om mee stellingen te gaan bouwen ter hoogte van de Kleine Barreel. Initieel weigert de secretaris dit, doch de Duitsers worden woedend en dreigen met allerhande maatregelen.

De zoektocht naar granen heeft vruchten afgeworpen, 15 ton wordt gevonden in Wuustwezel. Deze wordt met een vrachtwagen en paard en kar naar Brasschaat gebracht.

Een poging om opnieuw een regelmatig bestuur op te starten mislukt. De overgebleven raadsleden wensen dit niet, wel besluiten ze de secretaris te ondersteunen in zijn handelen.

Enkele mannen uit de wijk Vriesdonk, die reeds een hele tijd is afgesloten, hebben Duitse wachters verschalkt en komen hun verhaal doen. Er zijn verschillende gewonden en een dode gevallen omwille van de inslagen van de artillerie.

De Duitsers zijn misnoegd omwille van het feit dat niemand is komen opdagen om mee aan de stellingen te werken. Een Duitse kolonel komt verhaal halen en maakt duidelijk wat er gaat gebeuren als er niemand opdaagt…Brasschaat zal moeten worden ontruimd en de mannen zullen worden geïnterneerd in een kamp in Nederland. Tevens pocht hij met de kennis die hij heeft opgedaan inzake foltermiddelen na drie jaar Rusland.

Op 21 september staan er ’s morgens slechts enkele mannen aan het gemeentehuis, de Duitsers zijn hier wederom niet mee gediend en beramen zich over de verschillende represaillemaatregelen. Er is ook goed nieuws, hoogstudenten, scouts en kajotters zijn er in geslaagd om een wagon vol rogge van Gooreind naar Brasschaat te halen. Na de dreigementen wordt een nieuw bevel opgesteld en ditmaal dagen wel genoeg jonge mannen op. Zij trekken naar de Melkerij in het Peerdsbos alwaar een Flakbatterie is opgesteld.

De volgende dag dagen heel wat mannen op, 900 in totaal, 600 onder hen worden onmiddellijk naar huis gestuurd. De overige dienden dwarsgrachten te graven en beschermingswallen te bouwen. Door de inzet was het gevaar van de evacuatie afgewend.

De Duitsers rukken meer en meer kanonnen aan en ook van geallieerde zijde is er actie. In Mariaburg hebben verschillende bombardementen plaatsgevonden. De daaropvolgende dagen worden alleen maar gevaarlijker. Tal van geallieerde vliegtuigen doorkruisen het luchtruim van Brasschaat, ze bombarderen en mitrailleren Duitse stellingen. De Duitsers blijven ook mannen opvorderen voor hun verdedigingswerken, maar deze worden genegeerd omwille van het gevaar.

Het zijn vooral de stellingen rond het Voshol, Peerdsbos, maar ook aan domein Grisar (omgeving Jagersdreef Kapellen) die onder vuur liggen. Bommen ontploffen, mitrailleurs ratelen…het razende geweld doet vensters en deuren trillen.

Er wordt gewag gemaakt dat de geallieerden aan het kruispunt Botermelk zijn. In ’s Gravenwezel en Sint-Job zouden er reeds vlaggen wapperen. Uit Merksem en Schoten blijven de vluchtingen echter toestromen.

Intussen blijven de Duitsers stellingen voorbereiden en versperringen opwerpen, dit op de Leopoldslei, Augustijnslei en de Bredabaan tussen Driehoek en de Groene Jager. Heel wat oude eiken gaan tegen de grond om de opmars van de geallieerden te vertragen. Waar mogelijk bereiden Duitse infanteristen stellingen voor.

24 september wordt er bevestigd dat de geallieerde legers via de oostzijde Brasschaat naderen…Vele Duitsers zijn ondertussen verdwenen, de grote artillerie stukken zijn vervangen door wat kleinere kanonnen. De spanning heerst in Brasschaat, de straten liggen er verlaten bij en het regent. Waar mogelijk worden de jongens van de Witte Brigade ondersteund. Opnieuw zijn er problemen met de levering van melk en wordt deze gecentraliseerd op het kinderheil. Op de nieuwe jongensschool in het Polygoon vallen verschillende artillerie projectielen met aanzienlijke schade tot gevolg.

De volgende dag eisen de Duitsers weer werkvolk op, maar dit wordt geweigerd omwille van het gevaar. In de loop van de nacht heeft het sanatorium De Mik het zwaar te verduren gehad, de veertig zieken die er verbleven, zijn ondergebracht in kelder. Zij zullen later op de dag worden geëvacueerd door een aantal moedige vrijwilligers naar de meisjesschool Centrum.

 

De voedselbedeling blijft een probleem, in de Polders wordt er gezocht naar oplossingen, maar de solidariteit is beperkt.

 

Nu de Duitsers weten dat de geallieerden mogelijks via Brecht zullen komen, worden op de verschillende invalswegen de nodige schikkingen door ze getroffen. De bomen tussen de wijk Driehoek en het anti-tankkanaal gaan tegen de vlakte, hierdoor zijn de sporen geblokkeerd en kunnen er geen wagonladingen meer uit Brecht worden gehaald.

 

De bomen in de Bloemenlei aan de Miksebaan , alsook de bomen op de Miksebaan aan het park tot de Elshoutbaan moeten er aan geloven.

Dinsdag 26 september wordt weer een precaire dag voor de voedselbedeling. De verschillende wijken zijn van elkaar afgesneden en de wegen zijn versperd. De hoop is gericht op de Polder, maar buiten beloften, komt weinig eetbaars. Later die dag vinden opnieuw verschillende luchtaanvallen plaats. De vliegtuigen hebben het gemunt op de verschillende kanonnen die zijn opgesteld in de bossen van Hoogboom en de Kaart. Spijtig genoeg worden ook verschillende huizen geraakt, dit in de Galgehoevestraat (huidige Stuiversvelden) , Rustoordlei en Hoge Kaart. In totaal vallen er elf doden en vijf zwaargekwetsten.

Ook de volgende dag gaat het van kwaad naar erger, er zijn weer verschillende luchtaanvallen op de Duitse stellingen op het domein Grisar. Op de Hoge Kaart is ook een inslag met één dode en verschillende gekwetsten tot gevolg. Later op de voormiddag is er nog een aanval, ditmaal vallen bommen over heel het zuiden van Brasschaat.

 

Ook na de middag zijn de geallieerde vliegtuigen terug om nogmaals de kanonnen op het domein Grisar te bestoken. De geallieerde artillerie treed ook in werking en neemt de jongensschool in het Polygoon onder vuur, de projectielen worden afgevuurd van Brecht of Sint-Job. Verschillende huizen op de Essensteenweg en Kapellei geraken beschadigd.

 

Er worden boden uitgestuurd, naar Brecht, Loenhout en naar Merksem. De geallieerden zijn er nog niet in geslaagd de Schotenvaart over te steken, maar de talrijke vluchtelingen uit Elshout en Botermelk spreken van zware gevechten en grote verliezen aan Duitse kant. De boden komen terug, Brecht ligt er verlaten bij, niemand mag nog buitenkomen van de Duitsers, het is gevechtsgebied. 

In Meer blijkt nog graan en vlees ter beschikking te zijn. Samen met de hoogstudenten wordt een plan bedacht om dit te gaan ophalen.

Donderdag 28 september trekken de jongens op pad, slecht met zeventien, maar ze gaan het toch proberen. Onderweg sluiten nog vier extra personen aan. De jongens slagen in hun opzet en in de late namiddag bereiken ze het anti-tankkanaal met 12 ton graan. Uit vrees om beschoten worden, zijn de dode koeien in de weiden blijven liggen, vlees zal voor een andere keer zijn.

De bode die naar Merksem was geweest heeft een afspraak kunnen maken met enkele gezagdragers uit Merksem. De heren Camby en Joris bieden zich aan bij de secretaris. Ze hebben verschrikkelijke verhalen bij. De bevoorrading is slecht en Merksem heeft zwaar te lijden onder het geallieerde artillerievuur. De doden en gekwetsten zijn niet meer te tellen. Samen besluiten ze een intercommunale op te richten, deze heeft tot doel de verschillende voorraden te verdelen onder de verschillende gemeenten, ook Schoten, Ekeren , Kapellen, Hoevenen, Stabroek, Lillo, Zandvliet, Berendrecht, Essen Kalmthout en Wuustwezel worden uitgenodigd om deel te nemen.

Na het maken van een inventaris blijken er ondertussen meer dan 4.457 vluchtelingen te verblijven in Brasschaat. Douanen, politie en Rijkswacht maken afspraken wat te doen, mochten de Duitsers zich plots terugtrekken.

Tijdens de nacht blijven de geallieerden Brasschaat beschieten. Er zijn inslagen over het ganse grondgebied. Het geschut komt van Antwerpen en van de overzijde van de Schotenvaart. Er vallen verschillende gekwetsten.

’s Morgen om 08:00 uur is het vuur geconcentreerd op de Heislagsebaan en Miksebaan aan het park. Later in de voormiddag is het zuiden van Brasschaat tot aan de Michielssendreef het doelwit. Verschillende gekwetsten moet worden verzorgd, maar het gasthuis ligt al vol. In allerijl wordt de meisjesschool aan de Eikendreef in het Polygoon omgevormd tot een hospitaal. De operaties vinden plaats bij kaarslicht.

Vrijdag is een rustigere dag, geen inslagen. Het mitrailleurvuur wordt echter wel steeds beter hoorbaar. Samen met de omliggende gemeenten wordt besloten de nodige afspraken te maken voor het opstarten van de intercommunale en de bijhorende voedselbedeling. De Duitsers eisen weer werkvolk op, blijkbaar trekt de artillerie weg richting Wuustwezel en dienen daarom obussen op wagens te worden geladen.

Van vrijdag op zaterdag beleeft Brasschaat een helse nacht, heel de tijd zijn er beschietingen. Men kan enkel maar hopen dat iedereen veilig in een schuilkelder zit. Bij het krieken van de dag blijkt de schade op het eerste zicht mee te vallen. Uiteindelijk zijn er toch twee slachtoffers te betreuren in de Wipstraat.

Een geplande rit om vee te gaan halen wordt gestaakt. De vrachtwagen moet worden hersteld.

Het door de Duitsers opgeëiste werkvolk is niet komen opdagen, dit heeft tot gevolg dat ze van deur tot deur gaan.  Ze dringen de huizen binnen en dwingen de mannen onverricht mee te gaan.   

 

Na een tijdje volgt de ene na de andere ontploffing, ook de eikenbomen tussen Kleine Barreel en het Dorp moeten er aan geloven.

Er sijpelen berichten binnen dat in Brecht straatgevechten plaats vinden. De Duitsers hebben ook verschillende wegen en tramlijnen laten springen, dit onder andere voor Overbroek en ter hoogte van Beersgat. Het wagonvervoer zal niet meer kunnen worden georganiseerd.

’s Avonds komt de betaalmeester een laatste maal langs op het gemeentehuis, de man is uiterst tevreden met de ingezamelde kledij. Hij zegt vaarwel en op het einde van de avond is er geen Duitser meer te zien in het Dorp.

De nacht van zondag 1 oktober is een van de rustigste sinds een maand. De Tommies zijn echter niet komen opdagen. De Duitsers trekken via de Lage Kaart naar het noorden en laten regelmatig een boom ontploffen om de weg te versperren. Duitse soldaten uit Merksem en Ekeren passeren onafgebroken.

 

De bode gaat op verkenning naar het domein Bunge / Oude Gracht, zijn de Duitsers al weg? Jawel hoor en onmiddellijk wordt het nodige georganiseerd om de verse groenten te gaan plukken.

Een herhaling van de nacht voordien was het niet, heel de nacht was er artillerievuur. Opnieuw moet het ophalen van het vee worden gestaakt. Een 60-tal jongeren begeven zich met stootkarren naar de Bunge om duizenden savooien, witte kolen en selders te gaan plukken.

Nu het kamp er verlaten bijligt, trekken de mensen terug daarheen om te plunderen. Bij iedereen is de steenkool ten zeerste in trek.

Opnieuw ligt de Mishagen terug onder vuur van artillerie- en luchtaanvallen. De geallieerden zouden reeds in de vakschool in Merksem zitten.

De pas opgestarte intercommunale vergadert in Hoogboom, de burgemeesters van de producerende gemeenten Zandvliet, Berendrecht, Kalmthout, Essen en Wuustwezel zijn niet komen opdagen. De voorzitter is genoodzaakt deze allen te gaan bezoeken.

Voor de eerste maal sinds twee september wordt er een ambtelijk bericht uitgedragen. Het omvat onderrichtingen inzake de uitreiking van zegels en de bijhorende bedeling van voedsel.

De burgemeester waarschuwt zijn onderdanen dat het verboden is te plunderen en te stelen, hij geeft goede raad om zich te onttrekken aan oorlogsgevaar. De geruchten sijpelen binnen dat de Engelse bijna ter hoogte zijn van het goed van Nottebohm.

 

Artillerie staat intussen opgesteld aan ’t Zwart Kruis (Op westhoek van Sint-Jobsesteenweg en de Miksebaan: "Zwart Kruis" in neogotische stijl, smeedijzer op een bakstenen sokkel, in 1885 door de familie della Faille geplaatst op de plaats waar een dode man was gevonden.)

Dinsdag 3 oktober het was terug een eerder kalme nacht, hoewel er heel de nacht door ontploffingen waren te horen. De Duisters waren nog steeds bezig met het vellen van eiken.

s ’Morgens vallen gedurende een uur onophoudelijk projectielen, dit vooral tussen het Dorp en aan de kant van de Vagevuurhoeve. Daarna zwijgen de kanonnen terug. Er wordt getwijfeld wat er moet gebeuren met de vooropgestelde zegelverdeling. Een vrijwilliger brengt er alvast naar Mariaburg.

 

Plots trekt er een groep van 200 afgematte mannen voorbij, zij zijn al 2 dagen in de weer voor de Duitsers en dit zonder eten. Ter hoogte van de Molenbaan (nu Van Hemelrycklei) zullen zij worden vrijgelaten.

Na een kleine verpozing vallen er terug bommen, ditmaal ter hoogte van de Door Verstraetelei en zo verder naar de Bredabaan richting De Kroon. Mensen zitten in hun kelders. Dakpannen, glas, telefoonpalen vallen massaal naar beneden. Ook de tramkabels  knakken. Huizen storten in en de watertoren wordt getroffen. De beschieting wordt gepauzeerd en heel de Bredabaan is verwoest, overal stof, bakstenen, kabels…

 

Na een korte pauze vallen er terug projectielen, hoeveel slachtoffers gaan er vallen? Ook het gemeentehuis krijgt zijn deel. Schijnbaar heeft iedereen dekking kunnen vinden, er vallen geen slachtoffers.

Rond 18:30 uur wordt het vuren gestaakt…om 19:00 uur verschijnt plots een dame van het Rode Kruis, uitbundig roept ze “De Canadezen zijn aan de Bloemenlei!”…De bevolking kan het maar moeilijk geloven, maar de juffrouw blijft bij hoog en laag beweren dat er zijn.

En dan staan ze daar plots, zover men kan zien, tanks, tanks en nog eens tanks. De Canadezen vorderen met de nodige omzichtigheid en nemen verschillende door de Duitsers gemaakte stellingen in.

Schade aan de watertoren na Engelse en Canadese artilleriebeschietingen.

Tanks ter hoogte van de Mater-Deischool.

Een Flakbatterie zoals er één was opgesteld aan het Peerdsbos. 

Er zijn nog verschillende Duitsers in Brasschaat, al dan niet wachtenden om zich over te geven. In de Augustijnslei, op het domein Born, maar later blijkt ook in het Voshol en het domein Eikelenberg. Ze worden samengebracht aan de kerk.

Duitse krijgsgevangenen op de Bredabaan ter hoogte van de kerk.

De Canadese bevelhebber neemt intrek in een villa op de Bloemenlei en de opmars wordt voorlopig gepauzeerd. Verschillende soldaten leggen zich te slapen bij mensen thuis, maar ook in de trouwzaal van het gemeentehuis.

 

Nieuwsgierigen komen buiten en verwelkomen de Canadezen hartelijk met gejuich en handgeklap.

Troepen verplaatsen zich via de Turnhoutsebaan in Sint-Antonius.

In holst van de nacht vertrekt een kleine patrouille onder leiding van leden van de Witte Brigade naar het Peerdsbos. Tijdens een confrontatie wordt één Duitser neergeschoten en een andere gevangen genomen.

 

De secretaris gaat samen met de Witte Brigade pogen 500 man te mobiliseren om de versperringen op te ruimen.

Op 4 oktober is de euforie nog steeds aanwezig, lustig wapperen de vlaggen van de geallieerde troepen en België aan het gemeentehuis. Er komen steeds meer Canadezen bij. 200 Canadezen maken zich klaar om het Peerdsbos en domein Born te gaan zuiveren.

 

Het opruimen van de versperringen wordt nog uitgesteld omwille van het gevaar op mijnen.  

Opruimen van versperring op de Bredabaan naar Maria-ter-Heide en Merksem.

Aankondiging van de bevrijding

Reproductie van de aankondiging van de bervijding.

In de namiddag komen de verkenningsgroepen van de Witte Brigade terug toe. De verbinding tussen Merksem en Brasschaat is er nog niet, het is veel te gevaarlijk omwille van de vele mijnen. Domein Born en Voshol zijn gezuiverd, het Peerdsbos moet nog worden vervolledigd.

 

Het Polygoon is gisteren namiddag bevrijd, maar ook naar daar zijn alle wegen versperd en gemijnd.

 

Meer en meer Duitsers worden krijgsgevangen genomen, dit niet alleen door soldaten, maar ook door politie, rijkswacht en zelfs enkele scouts. Sommige gevangene hebben schrik, maar andere zijn blij, “Der Krieg ist vorbei”…

 

Het volk is blij en blijft kalm op een paar schermutselingen na.

 

Burgemeester Paelinckx wordt onder huisarrest geplaatst en bewaakt door leden van de Witte Brigade.

 

Engelse troepen op een brug over het Albertkanaal te Merksem.

Om 19:00 uur meldt een kapitein van South Saskatchewan dat ze verder moeten naar Kapellen.

 

De volgende dag komen er nieuw troepen aan, ook zij worden hartelijk onthaalt. Zij vervolgen hun weg via het gasthuis, Hoogboomsteenweg richting Kapellen en richting Bergen-Op-Zoom, Zuid-Beveland en Walcheren…en zo verder naar Duitsland

 

Vele jongens zullen hierbij nog het leven laten.

Van juli 1944 tot het einde van april 1945 sneuvelen van het South Saskatchewan Regiment 493 soldaten, 1187 geraken gekwets en 118 zijn vermist of krijgsgevangen.

Overzicht.